Mercurius 22 November 1862:
" Chaska, den 16 October 1862.
Geliefde Zwager!
Gij zult U ontevreden gevoelt hebben over het te lang wachten van schrijven, daar ik u beloofd had van op den oogenblik te schrijven, als men op reis is, dan is het lastig te schrijven, en nooit is het schip stil, of is het stil, dan is men weder op de eene of op de andere manier belet, komt men aan het
land, dan heeft men zoo veel handen, die u tot hulp en schaden zouden dienen, dat gij des nachts als gij op eenige booten zijt altoos eenen moet op wacht zijn, ik heb het geval gehad dat ik op eene zat en ik trok mijne schoenen uit en daar was eene matroos, die meende dat ik sliep maar als hij mijne schoenen nam, had ik hem ook bij de nek en nam de schoenen en daar mede op zijn kop, maar die kon loopen.
Wij zijn alle in goede gezondheid overgevaren, den eene is wel wat langer krank gweest als den anderen, daar is Leonard Jeurissen en zijne vrouw die zijn beide lang met zweeren onderworpen geweest, wij waren bijna alle krank, geene was sterker als vader Jeurissen, die was goed te pas, hij is later een weinig krank geweest, maar nu is hij weder sterker als hij bij u waar, hij klaagt hier geen uur over maagpijn, hij drinkt hier alle morgen een goed glas wisky, dat is Brandewijn, en alle dagen eijer, vleesch en witte brood, dit is alles wie die van de Nieuwstadt geschreven hebben. Onze zeevaart is ons beter uitgevallen als die over Holland gevaren, die zijn allen op zich Engelandsch behandeld geworden, wat geld aangaat, zij hebben moeten betalen van hunne bagaje te New York bis San-Paul, en honger en dorst moeten lijden.
Alle die van gedacht zijn van in het vroegjaar hier naar toe te komen zullen zich recommandeeren aan Adolf Straus, en vragen in Antwerpen naar het schip Laura kapitein Blank van Staten uit Pommern, die zal, zoo wie hij mij gezegt heeft, weer passagiers varen, die kapitein heeft vaderlijke liefde en zorge voor ons alle, al wat op het schip was van Kapitein stuurman en matroozen hadde alle eene groote zorg voor ons, en wat aangaat de behandeling van Adolf Strauss, die is ook bevolgt geworden, volgens in de contrakt staat bis op de plaats San-Paul gij kunt op het schrijven bij de redactuer gaan of bij den heer Alberts den drukker, dat hij dit in de gazet voeg over de behandeling van Strauss en vergeet niet van te vragen naar dat schip.
Alle die komen, moeten zoo vroeg komen, als het mogelijk is en wij waren veel te laat hier voor te planten, en hoe meer geld dat men kan medebrengen hoe beter, die hier 500 dollars kan brengen, die kan zich goed helpen, en hier kunt gij voor alle prijzen koopen, en hoe meer hoe beter, maar het kost veel meer als die van de Nieuwstadt geschreven hebben aan levensmiddelen, als gij van het schip af zijt: wij zijn alle wat vertrokken is in goede gezondheid, en ook zo weit als ik meen gaarne hier; in het eerste is men gans vreemd in zoo een afgelegen land, ik was zoo mistroostig als ik hier was, den eene woonde hier, den anderen daar, dan dacht ik aan alle mijne vrienden, die ik zoo teeder lief had, ik kan het u niet schrijvan, wat hartzeer dat ik gevoeld heb met mijnen laatste vaarwel u toe te zeggen, ik roep u nogmaals toe aan alle mijne vrienden en familie vaart wel! vaart wel!
Uw vriend en zwager
P. J. Van Mulken "