Wacounia den 1 jeunij 1871
Miet eene groote lifde neem eig de pen in de hant om u eenige rigele ter hand te stelle waarin ik u laat wieten dat wij alle nog vris en gesont zijn behalve Johan (1) van Ida die is gestorve.
Verder laat ik u wieten dat de kindere alle getrout sijn behallve Peter en Annamari nog niet. Ida is bij mig. Mie is al voor de derde keer getrout miet Peter Ruls dit is eene van Rijnbeijere die heft hondert en tweëen twintig akkers lant 2 parde. Hannes ook 2 parde en tagentig akkers.
Annalisbet is getrout miet Johan Keijabel det is eenne van Baaden heeft ook 2 parde en hondertsieventig akkers.
Hermaan Jansen (2) heeft vijf en twintig akkers en woonen allemal kort bij mig behallve Liebeke en Marikatrin die woonen in Sintpaul heeft eene van Sittart Libeke van Rootem bij Maeseijk. Sij wirke allebij in de brouwerij verdienen allebij eeve veel loon 2 mant verdiene se vijftig dollaar de maant en tien maant verdien sij vijf en zestig dollaars dit is zeshondert en vijftig dollaar op het jaar. Diet is eene betere loon als bij ons in Eropa. Het foorig jaar op het vroegjaar ben ik selver daar gewest hat Libeke 6 hondert dollaars gelt eijut staan aan 12 preisent van het hondert en heeft ook een eijgen hous in de stat gebout. Hier is het lant veel deuerder geworde als wie wier hier koomen het vee is ook deuer de vrugte de wijtse is een dollaar en 12 cent de haaver eene halve de gerst 80 cent de ardapele een dollaar hier is eene straaf aan de aardapele dit is al drie jaar. Het sijn keeverkes wie beij ons in Eroopa de boekeskeeverte en blijve so lan drop bis het begint te vriese dan gaan sij wier de grond in en dit jaar is het nog veel volder dan andere jaare. Andere leevensmidele sijn hier genogt bloos geen ardapele. Nu sout gij ook wel ger wieten wie veel geklaart lant dat ig heb. Dit kan ig niet beeter wieten als aan het saatgoet dat ik saaij wie bij ons ook dan heb ik vijftig bousele weijtse vandoen en daar van diers ig gemijnnelik 5 hondert bochele. De wijtse wast hier so wie beij ons aug maar den turksewijt die wert hier 7 en 8 voet lank van stro. De haver en gest ook soo het rogen weirt hier maar half so lank van stro als bij ons in Eropa en tog so groote aare. Roge en boekwijtse wert hier niet veel geseet. Moureboone wasse hier niet. Strouk en stekkebone wasse hier goet. Eunne en eunnesaat der west hier so goet wie in Erepo het kore ig heb wel eene sitterder kop eunne saat. De kropslaat west ook niet goet het wille gen krop werde. Kappese en scavooije wasse ook goet. De eunne wasse hier seer geer en dik. Vlas en kennep west ook goet maar weert wenig geseet.
Nu sout gij ook wel ger wieten wie veel ve ig heb twintig stuk kouve twlf stuk scape twintig stuk gaus twe wildegaus die sijn so groot wie swaane het is een andere soort als bij ons. Hier haort men segen dat beij ons in Eroopa het kooren en terf so bevrooren was en daar hebt gij mij niks van geschrieven en ook niks van de krieg in Vrankerijk. Gij hebt mij ook gevraagt of er van Ameerika veel volk naar Vrankerijk waar en of geen van de famielie. Daar hebben wij hier niets van gehoort wel dat Frankerijk de geweer van Amierika gehaalt heeft.
Meijn vamilie is alle bij mij en de zon (3) van mij swager Hannes woont in Waaterton in een brouwerrij. Wier kommen deks bij een. Hij heeft ook een kleem lant gehat die heeft hij ook wier verkogt. Wier wooenen hier miet veel hollanse Limborgers beij een en ook Deijsce en Sweede. Ig ben nog pront so wie ig eut Eropa gegangen en nog veel geswanker maar de vrou die is so dik en vet men kan haar geen kneokelen meer sein op haar hande. Het velt is hier dit jaar slegt versiene het wilt niet regene. De kindere hebbe mij niet veel geholpe behalve Peter. De andere gingen gelijk trouwen. Ig ben maar miet de vrou en Annamari en Ieda so lang wie het doert. Ig denk wel dat het ook wel niet lang meer douren sal. Seij sullen beijde ook wel haast trouwen. Peter is diet vrougjaar ook al van mij vort en wilt ook trouwen en als wij sondaags beijeen kommen wier Limborgers wier beklaagen ons vaaderlant dat men hoort dat het bij ons mislukt is. Weeren tog veel arme luijt beij ons. Beij ons in Ameirika hier is genen armoet bloos meit de kartoffele. Laat mij wieten of meijn vamili nog alle in het leve seijn. Meijn swaager Koonemans (4) en mijn sweegerse (5) van Lennaart Bekkers dit heb ik in den voorigen brif gesin.
Nu hoor ig op miet de pen maar niet miet hert en ik blijve uwe getrouwe broeder bis in ewighijd.
J.J. Vergoossen (6)
doet mij de kompelemente aan de ganse vamieli
Sito antwoort