Weekblad Mercurius, 22 maart 1862
Correspondentie.
Den 19 Maart 1862.
Mijnheer de Redacteur!
In onze gezelschappen en familiekringen hoort men over niets anders meer praten, dan over America; men schildert zich onderling dat land, als een tweede Eden, men smaakt reeds genot des welstands, en men verheugt zich over den overvloed, die daar, te wachten staat. Een zeldzaam verschijnsel; de vrouwen, die doorgaans de meeste ongenegenheid betoonen, om verre en onzekere reizen te ondernemen, vrienden en familie-betrekkingen alsmede de geboorteplaats voor eeuwig vaarwel te zeggen, zijn thans de aanhitsters en aanspoorsters der mannen, om dat voornemen te omhelzen en ten spoedigste te verwezenlijken! Doch eene zaak drukt allen zwaar; het gemis van geestelijken troost en onderrigt. Ofschoon met den meesten godsdienstijver bezielt, ontbreekt het hen aan middelen, om dadelijk in die geestelijke behoefte te kunnen voorzien; de ouders beseffen al te wel, wat eene kudde schapen, zonder herder, is.
Mercurius, wat dunkt U? Onze omstreken, die reeds zoo veelen waardige en moedvolle missionarissen hebben opgeleverd, die thans in vreemde en verafgelegene landstreken, met goed gevolg, in den wijngaard des Heeren arbeiden en onbekende zielen voor den hemel opsporen en winnen, zouden die thans geen enkele priester meer bevatten, die met die christelijke liefde en moed bezield is, om het wisselvallige doch het zegenrijke zulker onderneming willen beproeven? Is het niet edeler gewonnen schatten zorgvuldig te bestieren en goede vruchten te doen dragen, dan naar onzekere te dingen? Drie honderd bekenden, zedige en brave Katholijken, die gaarne, naar hun vermogen, in de behoefte eenen herder zullen bijdragen, zou diens vromen wensch niet in overweging mogen worden genomen? Indien Monseigneur het maar wist! Hoe heerlijk, hoe vertroostend! In het Noorden, van America eene Nederlandsche Katholieke kolonie te stichten wier zetel en hoofdplaats men Nieuwstadt zal noemen!
Druk eens, Mijnheer, deze mijne gevoelen in een nommer van U gretig gelezen Weekblad, wie weet waar God zijn zegen schenkt.